Overslaan naar inhoud


Wegwijs in niet-residentiële eenheden en de EPC-verplichting vanaf 1 januari 2026

De Vlaamse overheid zet in op het verduurzamen van het Vlaamse gebouwenpatrimonium. Voor niet-residentiële gebouwen betekent dat koolstofneutraliteit tegen 2050. Dat betekent dat al het energiegebruik van deze gebouwen gedekt is door hernieuwbare energie of restwarmte.


Wat betekent ‘niet-residentieel’?
De wet hanteert het principe van met “hoofdbestemming” om “niet-residentiële eenheid” te bepalen. Binnen de nietresidentiële eenheden, splits de wet deze in klein of grote niet-residentiele eenheden.

  • De “niet-residentiële eenheid” is apart gedefinieerd. Volgens Artikel 1.1.1, §2, 72 is een niet-residentiële eenheid “ een gebouweenheid met niet-residentiële hoofdbestemming”.
  • Een niet-residentieel eenheid is dus niet hoofdzakelijk bedoeld is om in te wonen.
  • De hoofdbestemming wordt bepaald op basis van de grootste ingenomen bruikbare vloeroppervlakte per functie (residentieel of niet).

Voorbeelden zijn scholen, ziekenhuizen, sportinfrastructuren, kantoren en handelszaken. Ook zelfstandige praktijkof kantoorgebouwen vallen onder deze categorie, afhankelijk van hun hoofdbestemming en omvang.

Groot of klein?
Groot: volgens Artikel 47°/1 van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene bepalingen over het energiebeleid van 19 november 2010 is een grote niet-residentiële eenheid een niet-residentiële eenheid die géén kleine niet-residentiële eenheid is”.

Wat “klein” is, staat in hetzelfde artikel, §2, 60°/1 : een kleine niet-residentiële eenheid is “een gebouweenheid met een niet-residentiële hoofdbestemming met een bruikbare vloeroppervlakte die niet groter dan 500 m2 is en waarbij het aaneengesloten geheel van niet-residentiële gebouweenheden binnen hetzelfde gebouw waarvan de gebouweenheid deel uitmaakt, een bruikbare vloeroppervlakte heeft die niet groter dan 1000 m2 is en geen niet-residentiële eenheid bevat die groter dan 500 m2 is”.

De drempels zijn 500 m² en 1000 m² voor het aaneengesloten geheel. Daardoor is alles wat daar niet onder valt automatisch “groot”.

De EPC NR-verplichting (Energieprestatiecertificaat voor Niet- Residentiële gebouwen) vanaf 1 januari 2026 geldt voor alle grote niet-residentiële gebouwen in Vlaanderen.


Het betreft dus:

  • gebouwen of delen van gebouwen die niet hoofdzakelijk voor wonen dienen;
  • onder meer: winkels, kantoren, praktijken, scholen, sporthallen, enz.
  • ook gemengde gebouwen met een niet-residentieel deel (zoals winkels op het gelijkvloers van een appartementsgebouw).

Industrie- en landbouwgebouwen zijn vrijgesteld van de EPC-plicht voor niet-residentiële gebouwen (EPC NR).

Bij kleine niet-residentiële panden – zoals een bakkerij, tandartspraktijk of kleine handelszaak – kan de eigenaar kiezen tussen een EPC NR (niet-residentieel) of een EPC kNR (klein niet-residentieel).

Die keuze geldt enkel wanneer het gebouw volledig door één functie wordt ingenomen en geen andere niet-residentiële delen bevat.

Wat dit betekent in de praktijk voor de syndicus
De syndicus is enkel bevoegd voor de gemeenschappelijke delen van een gebouw in mede-eigendom. Privatieve aangelegenheden (zoals wettelijke verplichtingen voor privatieve winkels, kantoren of appartementen) vallen buiten zijn beheer en informatieplicht.

De privatieve kavels (winkels, kantoren, praktijken) vallen onder de verantwoordelijkheid van hun eigenaar. 


Concreet:

  • privatieve kavels, zoals appartementen, handelszaken of kantoren in een gebouw moeten zelf een EPC NR (of kNR) laten opmaken voor hun privatieve eenheid.
  • De syndicus moet wel zorgen voor het EPC van de gemeenschappelijke delen, wanneer het gebouw als geheel (of gedeeltelijk) een residentiële bestemming heeft.

Geldt dit ook voor residentiële gebouwen met winkels op het gelijkvloers? Ja, maar enkel het niet-residentiële gedeelte (de winkelzones, kantoorruimten, enz.) valt onder de EPC NR-verplichting.

De appartementen blijven onder het gewone EPC voor residentiële gebouwen.


Wat houdt het EPC NR in?Het EPC NR wordt opgemaakt door een energiedeskundige type D en is vijf jaar geldig. Het bevat:

  • Een energielabel van A (koolstofneutraal) tot G (geen hernieuwbare energie of restwarmte).
  • Een energiescore: gebaseerd op een theoretische berekening, dat de energieprestatie van de eenheid zelf weergeeft, los van de gebruiker.
  • Aanbevelingen om de eenheid energiezuiniger te maken.

Het energielabel op het EPC NR is gebaseerd op het werkelijke energiegebruik van de eenheid. Dit in tegenstelling tot het EPC voor residentiële gebouwen. Daarom moeten meterstanden en gegevens van zowel energiegebruik als hernieuwbare energieproductie geregistreerd worden. Bij gebrek aan meetgegevens krijgt het gebouw het label ‘X’.

De EPC NR-verplichting is niet enkel een administratieve vereiste, maar een hefboom naar een duurzamer gebouwenbestand.


EPC-wegwijzer
Niet duidelijk of en welk EPC u moet laten opmaken? Het VEKA ontwikkelde de handige EPC-wegwijzer. U beantwoordt een reeks vragen en krijgt meteen het resultaat. Of u een of meerdere EPC’s nodig heeft en welk EPC dan.

Wat voor velen louter een wettelijke plicht lijkt, kan voor syndici dus uitgroeien tot een kans: zich profileren als spilfiguur in de verduurzaming van het patrimonium. Meer info? Zie: www.vlaanderen.be/epc-nr


Info

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA).

Onze blogs

DELEN





ETICS als duurzame isolatieoplossing voor mede-eigendommen